Internationaal centrum voor de studie van de muziek in de Lage Landen

Het liedboek van Zeghere van Male

Het liedboek van Zeghere van Male

Het liedboek van Zeghere van Male: Onderzoek naar inhoud, vorm en betekenis van een uitzonderlijk muziekhandschrift met polyfonie binnen de ‘TownscapeSoundscape’ van Renaissancistisch Brugge.

Promotor: Ignace Bossuyt
Co-promotoren: Eugeen Schreurs, David Burn
Projectverantwoordelijke: Nele Gabriëls
Projectmedewerker
: Sofie Taes
Tijdschema
: 1 oktober 2005 – 15 oktober 2010
Financiering: F.W.O Vlaanderen en Bijzonder Onderzoeksfonds K.U.Leuven

Toelichting:
Het ‘Liedboek van Zeghere Van Male’ (Cambrai, Bibliothèque Municipale, MS, 125-8) is omwille van zijn inhoud én formele verschijningsvorm ongetwijfeld één van de meest intrigerende West-Europese muziek-handschriften. De vier lijvige stemboeken bevatten meer dan 1200 pagina’s die allemaal voorzien zijn van verluchtingen of miniaturen. 229 composities bieden een staalkaart van de belangrijkste genres uit de eerste helft van de 16de eeuw. Het Franse chanson, de mis en het Latijnse motet zijn het sterkst vertegenwoordigd.

Het liedboek bevat echter ook enkele Italiaanse madrigalen, Nederlandse polyfone liederen en instrumentale ensemblemuziek, dit alles vaak in een bijzondere, lokale lezing. De componisten zijn zowel internationaal (Josquin, Mouton, Willaert, Sermisy), als meer regionaal (De Hondt, Hellinck) te situeren. Het repertoire weerspiegelt in hoofdzaak een internationale, humanistische reflex maar in mindere mate ook een lokale tendens (vb. het anonieme Inghelandt en Ghendt). Dit handschrift is ook een uniek tijdsdocument omdat zowel plaats en jaar van ontstaan (Brugge, 1542) als de eigenaar (Van Male, vooraanstaand handelaar en kroniekschrijver) bekend zijn.

Het onderzoek richt zich op de muzikale inhoud, de samenstelling, de functie, de uniciteit en de musicologische, kunsthistorische en literaire betekenis van dit uitzonderlijk handschrift. Er wordt tevens gewerkt aan een editie van (een selectie van) composities uit het Liedboek. Daarnaast schrijft Nele Gabriëls een doctoraatsverhandeling waarin wordt onderzocht hoe het manuscript te situeren is in de burgerlijke muzikale context van Brugge in de eerste helft van de 16de eeuw en waarbij het handschrift de facto dient als uitgangspunt voor een exploratie van deze context.
Dit project zal dan ook een belangrijke bijdrage leveren tot de kennis van het muziekleven in Brugge tijdens een periode waarin de economische welvaart van deze stad onherroepelijk afgenomen was maar het artistieke niettemin nog steeds een belangrijke plaats had.