ParkCollegium, het huisensemble van de Alamire Foundation dat enkele keren per jaar samenkomt voor thematische labosessies in het Huis van de Polyfonie, dook van 14 tot en met 16 oktober in de wonderlijke wereld van de taal in de vijftiende en zestiende eeuw.
De zangers onderzochten hoe de spreektaal van een componist of een bepaalde streek de dictie van de Latijnse tekst in religieuze composities beïnvloedde. Ze stonden ook stil bij de vraag hoe een bepaald koor, dat zich misschien ver van de regio bevond waar een werk vandaan kwam, het stuk met zijn eigen lokale ‘accent’ zou hebben gezongen. De Italiaanse uitspraak van het Latijn in de Katholieke Kerk werd pas begin vorige eeuw als standaard gepromoot. Daarvoor sprak men de teksten doorgaans uit met de tongval van de regio in kwestie.
Aan de hand van muziek van Mouton, Palestrina, De la Rue, Weerbeke en Willaert verkenden de ‘Collegianen’ verschillende accenten naargelang de geboortestreek of de regio waarin de componist actief was. Zo leverde een vergelijking van het Credo uit Moutons Missa 'Sancta Trinitas' gezongen met Franse (Mouton werkte zo goed als zijn hele carrière aan het Franse hof), Brabantse (de mis werd ook opgetekend in één van de Bossche Koorboeken) en Italiaanse (de Kerkelijke standaard) klemtonen opmerkelijke resultaten op. De verschillende benaderingen laten bovendien toe de historische uitvoeringspraktijk van Franco-Vlaamse polyfonie verder te ontrafelen.